Over HF

Informatie over Holland Festival.

Missie

Artistieke vernieuwing, innovatie en experiment zijn al sinds de oprichting in 1947 de kernwaarden van het Holland Festival. Elk jaar in juni toont het festival grensverleggende voorstellingen van makers van over de hele wereld, en nieuwe ontwikkelingen binnen de podiumkunsten. Van theater, dans, muziek, muziektheater en opera tot multidisciplinaire vormen en cross overs met beeldende kunst, digitale kunst fotografie en film.

Dankzij de reputatie die het Holland Festival in ruim 70 jaar heeft opgebouwd, is het in staat voorstellingen te tonen en soms ook te helpen realiseren die hier anders nooit te zien zouden zijn. Deze leiden dikwijls tot unieke, overweldigende en heugelijke ervaringen en nabeschouwingen. Recente voorbeelden hiervan zijn het door Pierre Audi geregisseerde aus LICHT (2019, Karlheinz Stockhausen), The Head & The Load van William Kentridge (2019), Rito de Primavera van José Vidal & Compañia (2017) en Le encantadas… van Olga Neuwirth (2016). Het Holland Festival ziet het als zijn rol en kracht een katalysator zijn van buitengewone voorstellingen. 

Visie

De wereld is in verandering, nu in een hoger tempo dan ooit. Ook het publieke debat is feller. Onderwerpen als identiteit, gender, institutioneel racisme of klimaat gaan iedereen aan. Daarom vindt het festival het van groot belang dat we (beter) leren kijken door de ogen van de ander. Een grote rol is daarbij weggelegd voor kunstenaars. Kunst biedt de toeschouwer een moment van bezinning en rust - een steeds schaarser goed in deze tijden. In dat moment kan een toeschouwer worden verrast, ontroerd of uitgenodigd tot nadenken over zichzelf, de maatschappij of de ander. Dit is waardevol omdat het, zelfs wanneer een werk niet expliciet geëngageerd is, de toeschouwer in staat stelt om andere perspectieven te zien, te voelen of te ervaren.

Het Holland Festival is ‘artist driven’: de kunstenaars, en daarmee de thema’s, het vakmanschap en de artistieke keuzes in hun werk, staan centraal in de programmering. Sinds 2019 is dit nog nadrukkelijker het geval, met de keuze voor jaarlijks wisselende associate artists. Door steeds een of twee kunstenaars aan een festivaleditie te verbinden, hun werk te tonen en met hen in gesprek te gaan over mogelijke hoofd- en contextprogrammering, ontstaan er nieuwe mogelijkheden tot verdieping en een duurzame verbinding tussen kunstenaar en stad. Associate artists reflecteren op de snel wisselende maatschappelijke en artistieke ontwikkelingen, niet alleen in hun eigen werk maar ook door hun interesse in andere makers en de voor hen relevante en urgente thema’s, waarmee het festival nog dichter aansluit bij de tijdgeest. Door deze samenwerkingsvorm en de diversiteit aan getoonde makers wordt de meerstemmigheid van de samenleving weerspiegeld in het festivalprogramma.

RAAD VAN TOEZICHT
Martijn Sanders, voorzitter
Gert-Jan van den Bergh
Jet de Ranitz
Tom de Swaan
Astrid Helstone
Clarice Gargard

DIRECTIE
Emily Ansenk, directeur

PROGRAMMERING
Annemieke Keurentjes, programmamanager theater & dans
Jochem Valkenburg, programmamanager muziek & muziektheater
Ravian van den Hil, programmamaker

COMMUNICATIE & MARKETING
Norbert Bode, hoofd
Erna Theys
Gertjan Pruim
Runa Stam, ticketingcoördinator
An De Ridder, perschef
Evelien Lindeboom, tekstschrijver
Henny Knap-Go, archivaris

DEVELOPMENT
Mathilde Smit, hoofd
Liza Meulenbroek
Manon Schreurs, HF Young
Berbe Maltha
Harsono Sokromo

PRODUCTIE
Han van Poucke, hoofd
Ad van der Koog
Hidde Bisschop

TECHNISCHE PRODUCTIE
Peter Romkema, coördinator
Tiedo Wilschut
Wannes van der Veer

FINANCIËN
Pieter Haex, hoofd
Joke van der Helm
Ellen Bijsterbosch

BUREAUMANAGEMENT
Rianne Meehan, directiesecretaresse 
Marian van Wijngaarden

Martijn Sanders, voorzitter
Martijn Sanders was tot 2006 directeur van het Concertgebouw Amsterdam en is sindsdien als adviseur en/of toezichthouder betrokken bij diverse bedrijven en instellingen. Op 11 maart 2009 is Sanders benoemd tot voorzitter van het bestuur, nu raad van toezicht, van Stichting Holland Festival. De voorzitter van de raad van toezicht is tevens voorzitter van de Board of Governors die op 3 juni 2010 is opgericht.
Naast dit voorzitterschap bekleedt Sanders ook de volgende functies: bestuursvoorzitter van de Rembrandt Vereniging en het Internationaal Franz Liszt Pianoconcours; voorzitter Stichting Erasmusprijs en Intermusica, lid bestuur Armando Stichting en Gergiev Festival Rotterdam; member of the Artistic Committee of the Borletti-Buitoni Trust en lid college van toezicht Auteursrechten. Sinds medio 2014 is hij tevens als senior associate verbonden aan het bureau efesai (voorheen Wonderbird). 

Gert-Jan van den Bergh
Gert-Jan van den Bergh is oprichter van Bergh Stoop & Sanders Advocaten te Amsterdam en voorzitter van het bestuur van de Stichting Jan Pietersz. Huis. Voorheen was hij werkzaam bij Olwine Connelly Chase O’Donnell Weyher in New York en bij Stibbe in de praktijkgroep Intellectuele Eigendom. Daarnaast was hij raadsheer plaatsvervanger Hof Amsterdam, voorzitter bestuur Prins Bernhard Cultuurfonds afdeling Amsterdam, lid bestuur van de Stichting Museum Het Rembrandthuis, lid bestuur Amsterdam Sinfonietta, lid bestuur Vrienden van het Nexus Instituut en van The International Gustav Mahler Foundation. 

Clarice Gargard
Clarice Gargard is columnist bij NRC en schrijft voor De Correspondent. Eerder maakte ze radio- en tv-programma’s voor o.a. de NTR en de VARA. Ze is medeoprichter van het feministisch mediaplatform Lilith en het multidisciplinaire kunstcollectief Cinnamon Amsterdam en bestuurslid bij het Prins Claus Fonds. Behalve journalist, columnist en programmamaker noemt Gargard zich ‘social advocate’. Zo gaf zij in 2019 een toespraak over de rechten van vrouwen en het belang van systeemverandering tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ze won een Black Achievement Award in de categorie Mens en Maatschappij en werd genomineerd voor de Joke Smit aanmoedigingsprijs. Gargards boek Drakendochter (Arbeiderspers) over haar familiegeschiedenis, migratie, politiek en samenleving, verscheen in 2019. 

Astrid Helstone
Astrid Helstone is arbeidsrechtadvocaat en partner bij advocatenkantoor Stibbe in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in procesvoering en in het adviseren over individuele en collectieve arbeidsrechtelijke kwesties. Ook is zij Certified Pension Lawyer (CFL). Helstone bekleedde diverse toezichthoudende en bestuursfuncties in de culturele sector en is op dit moment bestuurslid van Amsterdam Sinfonietta. 

Jet de Ranitz
Jet de Ranitz is voorzitter college van bestuur van Hogeschool Inholland. Voorheen bekleedde zij onder andere de volgende functies: voorzitter college van bestuur van Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, zakelijk directeur van het Nederlands Dans Theater te Den Haag en directeur van de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Tilburg University. Haar huidige nevenfuncties zijn ondermeer: lid regiegroep Agenda Stad, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en voorzitter Jury Excellente Scholen, Inspectie van het Onderwijs. 

Tom de Swaan
Tom de Swaan is voorzitter van de Board of Directors van Zurich Insurance Group. Hij is vice-voorzitter van de raad van commissarissen van Koninklijke DSM N.V., voorzitter raad van toezicht van het Antoni van Leeuwenhoek - Nederlands Kankerinstituut, van de Board of Trustees van het Van Leer Jerusalem Institute. Hij is bovendien lid van het bestuur c.q.  raad van toezicht van diverse culturele instellingen (naast Holland Festival ook Liszt Concours, Erasmus Prijs). De Swaan was in het verleden naast zijn professionele werkzaamheden reeds actief bestuurlijk betrokken bij vele theater-, muziek- en culturele organisaties zoals het Joods Historisch Museum, De Nederlandse Opera, het Concertgebouworkest, het Muziektheater en de Vereniging Hendrick de Keyser.

Emily Ansenk (1970) is sinds 1 september 2019 algemeen directeur/bestuurder van het Holland Festival. 

Ansenk is kunsthistorica en was eerder directeur van de Kunsthal Rotterdam, curator van de ING Collection (1995) en oprichter en directeur van het particuliere Frisia (later Scheringa) Museum te Spanbroek, Noord Holland (1996-2008). Zij is lid van diverse kunstcommissies en jury’s, zoals de jury van de Sacha Tanja Penning, voorzitter van de jury Henri Winkelman Award en lid van de Raad van Advies van Art Rotterdam. Ook is zij lid van het bestuur van het Job Dura Fonds en van Rotterdam Economic Partners.

In 2016 nam ze deel aan het Getty Leadership Programme aan de Claremont University in Los Angeles en nam zij bij DeNieuweCommissaris deel aan Tafel Next voor toezichthouders en commissarissen. Ook is zij lid van de raad van toezicht van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.

Jaarverantwoording

Jaarverantwoordingen worden na goedkeuring van de account gepubliceerd. Aan de rechterkant van de pagina is de jaarverantwoording in PDF te openen.

Beleidsplan

Het beleidsplan 2017 - 2020 van het Holland Festival is aan de rechterzijde van de pagina in in PDF te openen.

Eerste voorstelling

De eerste voorstelling van het Holland Festival vond plaats op 15 juni 1948 in de Stadsschouwburg Amsterdam. Uitgevoerd werd Pelléas et Mélisande door de Wagnervereeniging (met een geheel Franse rolbezetting)

Genres

Het Holland Festival toont klassieke en eigentijdse muziek, opera, muziektheater, klassiek en eigentijds theater, dans, multidisciplinaire theaterproducties, popmuziek, wereldmuziek, film en incidenteel presentaties van diverse beeldende kunstvormen.

Locaties / accommodaties 2014

Muziekgebouw aan 't IJ, Nationale Opera & Ballet, Stadsschouwburg Amsterdam, Westergasfabriek (Zuiveringshal West, Transformatorhuis, Gashouder), Het Concertgebouw, Koninklijk Theater Carré, Ziggo Dome, Bimhuis, Theater Bellevue, Amsterdam Roest / Van Gendthallen, Food Center Amsterdam, Looiersgracht 60, Oosterpark, DoubleTree by Hilton Hotel, Vondelpark Openluchttheater, Universiteitstheater, SPUI25 EYE, Comedy Theater in de Nes, De Nieuwe Anita, CREA, ICK-studio, passage Rijksmuseum Amsterdam.

Aantal bezoekers

Jaar  Periode

Aantal producties / voorstellingen

Aantal bezoekers  Toelichting
2015 30 mei - 23 juni  45 producties, 100 voorstellingen  69.000  
2014 1 - 29 juni

56 producties, 159 voorstellingen

115.000  inclusief 33.000 bezoekers van War Horse
2013 1 - 28 juni

47 producties, 112 voorstellingen

69.500  
2012 1 - 28 juni 52 producties, 120 voorstellingen 74.000  
2011 1 - 26 juni 52 producties, 164 voorstellingen 86.026  
2010 1 - 23 juni 53 producties, 112 voorstellingen 69.408  
2009 4 - 28 juni 39 producties, 94 voorstellingen 73.139  
2008 31 mei - 22 juni 43 producties, 93 voorstellingen 71.593  
2007 29 mei - 24 juni 42 producties, 92 voorstellingen 70.431 60-jarig jubileum
2006 2 - 25 juni 42 producties, 101 voorstellingen 65.000  
2005 1 - 26 juni 36 producties, 71 voorstellingen 65.765  
2004 4 - 27 juni 29 producties, 77 voorstellingen 95.450 incl. Amsterdam Roots Festival
2003 5 - 29 juni 36 producties, 177 voorstellingen 105.362 incl. Amsterdam Roots Festival
2002 7 - 22 juni 9 producties, 22 voorstellingen 71.054 kleine editie, incl. Amsterdam Roots Festival

Met ‘High Arts in the Low Lands’ werd in 1947 een eenmalig zomerfestival georganiseerd dat muziek, theater en beeldende kunst bij elkaar bracht in Den Haag en Amsterdam. De behoefte aan kunst was groot in die naoorlogse jaren. De wederopbouw was begonnen. De belangrijkste initiatiefnemer was Henk Reinink. Hij hoopte dat ‘met vereende krachten iets grootsch tot stand gebracht kan worden’. Dat gebeurde het jaar daarop: het allereerste Holland Festival opende dinsdagavond 15 juni 1948 in de Amsterdamse Stadsschouwburg met Debussy’s opera Pelléas et Mélisande.

Het idee was dat met het tonen van nationale en internationale kunst de aandacht weer op internationale samenwerking en uitwisseling kon worden gericht. Bovendien was de hoop dat de ‘zomerspelen waarin opera de hoofdschotel zou zijn’ Nederland weer aantrekkelijk zouden maken voor toeristen. Kunst en kunstenaars, was de gedachte, konden het verscheurde Europa helen. Ook in andere landen werden dergelijke initiatieven ontplooid. In 1947 werden het Festival d’Avignon en het Edinburgh International Festival opgericht, in 1948 Aldeburgh Festival en de Wiener Festwochen. Met één niet onaanzienlijke verschil: het Holland Festival heeft het altijd moeten doen met een fractie van de subsidiebedragen die de meeste van deze buitenlandse festivals ontvangen.

Niettemin was het Holland Festival meteen een daverend succes. Het festival richtte zich in eerste instantie voornamelijk op Amsterdam en Den Haag, met het Scheveningse Kurhaus als voornaamste muziekzaal, en vanaf 1954 speelde het festival ook onder andere in Rotterdam. Reinink stelde Peter Diamand aan als de eerste artistiek leider, wat hij tot zijn vertrek naar het festival van Edinburgh in 1965 bleef. Diamand liet het Holland Festival uitgroeien tot een van de belangrijkste festivals van Europa. ‘Peter Diamand gaf Holland het Festival,’ schreef Trouw later. Dankzij diens formidabele netwerk in de hoogste internationale kunstenaarskringen haalde hij de allergrootsten naar Nederland, zoals Benjamin Britten, Peter Pears, het New York City Ballet, the Old Vic, The Royal Shakespeare Company, Kathleen Ferrier en Katherine Dunham (die dit festival een eerbetoon krijgt van choreograaf Trajal Harrell). Ook was Diamand niet bang voor experiment en vernieuwing. Dankzij hem had het Holland Festival de Nederlandse premières van Alban Bergs Lulu (1953) en Pierre Boulez met Pli selon pli (1958/1962). Zijn grootste succes was het festival van 1959, toen dankzij Diamands toedoen de ongeëvenaarde wereldster Maria Callas het podium in Het Concertgebouw betrad. Het was Diamands ambitie om kunst van de hoogst mogelijke kwaliteit naar Nederland te halen.

Maar vanaf halverwege de jaren zestig echter deelden steeds minder mensen die mening. De Nederlandse kunstwereld wilde moderniseren: het mocht allemaal juist wat minder elitair, minder rood pluche. Diamands gedistingeerde festival deinde mee op de golven van flowerpower, democratisering en kunst voor het volk. Het festival presenteerde alleen nog werk in Amsterdam. Na verloop van tijd werd Diamand opgevolgd door Jaap den Daas (1965-1975), Frans de Ruiter (1975-1985) en Ad ’s-Gravesande (1984-1990). Naast de nog altijd met regelmaat terugkerende avant-garde-namen als Luciano Berio en Karlheinz Stockhausen (die in 2019 met aus LICHT postuum nog voor een hoogtepunt in de festivalgeschiedenis zorgde), kregen ook cabaretiers en andere non-conformistische kunstenaars het podium. Het Misha Mengelberg Kwartet, Rita Reys en Willem Breuker traden op. Adèle Bloemendaal zong Malle Babbe. Holland Festivalbezoekers konden naar het Metropole Orkest, Freek de Jonge of Gerard Cox. Ook in deze vorm wist het Holland Festival nog regelmatig de gemoederen in beweging te brengen. In 1969 was het festival verantwoordelijk voor een keerpunt in de geschiedenis van de Nederlandse kunst. In de voorstelling Reconstructie richtte een collectief van kunstenaars, onder wie Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Hugo Claus en Harry Mulisch, een standbeeld op voor de socialistische revolutionair en guerrillaleider Che Guevara. Een activistische daad. Met name De Telegraaf kwam in het geweer. Er werden zelfs Kamervragen gesteld over deze besteding van overheidsgeld.

In de jaren negentig belandde het festival in zwaar weer. Steeds meer werd er door de politiek getornd aan de noodzaak van een groot kunstenfestival. Was er immers niet al genoeg kunst? Wat had het Holland Festival extra te bieden? Opheffing dreigde meerdere malen, maar werd telkens voorkomen. Prominente kunstenaars, festivals en beschermheren, onder wie prins Claus, pleitten voor een vaste plek voor vernieuwing en internationalisering. De artistiek directeuren in die jaren, Jan van Vlijmen (1991-1997) en Ivo van Hove (1998-2004), presenteerden noodgedwongen kleinere festivals. Van Hove maakte van toneel de hoofdmoot, omdat hij vooral daar de vernieuwing en experimenteerdrift zag. Gedurende de tien jaar onder leiding van Pierre Audi (2005-2014) hervond het Holland Festival zijn allure. Allereerst bracht Audi muziek en muziektheater weer op de voorgrond. Het festival had meer middelen tot zijn beschikking en kon dus ook weer werk uit niet-westerse landen brengen. Zo haalde Audi in 2011 de wereldberoemde zangeres Fairouz naar Amsterdam. Hij legde door de presentatie van deze diva uit de Arabische wereld de verbinding tussen de geschiedenis van het festival – met de komst van grootheden als Maria Callas – en de huidige, diverse populatie van Nederland. Zijn opvolger, Ruth Mackenzie (2014-2018), zette die lijn voort en gaf maatschappelijk engagement weer een prominentere rol. Ze greep terug naar de beginwaarden uit 1948, met thema’s als ‘Europa’ en ‘democratie’. Ook de nieuwste digitale ontwikkelingen kregen onder haar leiding een plek in de programmering, waardoor bijvoorbeeld een puur ‘virtueel’ werk als Michel van der Aa’s interactieve liedcyclus The Book of Sand (2015) het licht zag.

Gedurende de hele festivalgeschiedenis stonden de kunstenaars en hun werk centraal bij het samenstellen van het programma. Het festival noemt deze benadering ‘artist-driven’. Vanuit die gedachte is er in 2018, na het vertrek van Mackenzie, voor gekozen om niet één artistiek directeur voor meerdere jaren te benoemen, maar jaarlijks een of twee kunstenaars uit te nodigen om voor een editie associate artist te zijn, en een relevant deel van het programma op te bouwen met en rond hun werk. William Kentridge en Faustin Linyekula (beiden 2019) en nu Bill T. Jones (2020) zijn de eerste kunstenaars met wie het festival dit avontuur is aangegaan. Actualiteit en diversiteit blijven belangrijke pijlers in het programma, de verbinding tussen internationaal en nationaal, grootschalig en intiem, bekend en onbekend geeft de richting aan voor de toekomst. Al bijna vijfenzeventig jaar laat het festival zien waar het goed in is: verrassen met onvergetelijke kunst, die anders niet in Nederland te zien is.