Louis Andriessen componeert ode aan Frans Brüggen
wereldpremière

May

Louis Andriessen, Lucie Horsch,
Orkest van de Achttiende Eeuw, Cappella Amsterdam

(afgelast)

Dit is een voorstelling uit het archief van Holland Festival

Het Holland Festival 2020 is helaas afgelast. meer info

‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid...’, zo begint Herman Gorters beroemde gedicht Mei. De inmiddels tachtigjarige, vooraanstaande componist Louis Andriessen liet zich door het gedicht inspireren om een nieuwe compositie voor koor en orkest te maken, als eerbetoon aan zijn overleden boezemvriend, de blokfluitist en dirigent Frans Brüggen (1934-2014). Naast deze wereldpremière wordt een recente compositie van de Poolse componist Paweł Szymański uitgevoerd, ook speciaal gemaakt voor het door Brüggen opgerichte Orkest van de Achttiende Eeuw, en werken van Bach (in bewerking van Brüggen), Mozart en Josquin des Prez. De jonge, getalenteerde fluitiste Lucie Horsch bespeelt de door Brüggen zo geliefde blokfluit.

programma

Symfonie nr 40 KV 550 (1788)

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

 

Nymphes des Bois (1497)

Josquin des Prez

(ca. 1450-1521)

 

Concerto in D-Major

voor fluit en strijkers

Bach, arrangement (1981)

Frans Brüggen (1934-2014) naar BWV 49, 169 en 1053

 

pauze

 

À la recherche de la symphonie perdue (2018)

Paweł Szymański (1954)

opgedragen aan Frans Brüggen

 

Sweet (1964)

Louis Andriessen (1939)

opgedragen aan Frans Brüggen

 

May (2020)

Louis Andriessen (1939)

opgedragen aan Frans Brüggen

achtergrondinformatie

Frans Brüggen (1934-2014) verrichte als blokfluitist en dirigent van het Orkest van de Achttiende Eeuw pionierswerk op het gebied van de oude muziek en de historische uitvoeringspraktijk. Minder bekend is

Brüggens liefde voor nieuwe noten. Toen hij in de jaren zestig enzeventig wereldwijd furore maakte als blokfluitvirtuoos, stond er na de pauze steevast een hedendaags werk op zijn lessenaar. Vaak had hij het speciaal laten schrijven, door componisten als Luciano Berio en boezemvriend Louis Andriessen.

 

Zes jaar na het overlijden van Brüggen brengt het Orkest van de Achttiende Eeuw een hommage aan zijn founding father en dirigent. Op het programma geijkt Brüggen-repertoire, zoals zijn eigenhandige reconstructie van Bachs Fluitconcerto in D-groot, en Mozarts Veertigste symfonie(het eerste stuk dat hij met het Orkest van de Achttiende Eeuw opnam).

 

Daarnaast is er veel ruimte voor nieuw repertoire. Orkestdirecteur Sieuwert Verster: ‘Gezien Frans’ levenslange fascinatie voor de hedendaagse muziek, leek het ons gepast om hem te eren met een nieuw aan hem opgedragen orkeststuk van Louis Andriessen. Bovendien laten we zo een langgekoesterde wens van Frans in vervulling gaan. Hij zei altijd: ‘Als we met het orkest ooit nieuwe muziek gaan spelen, dan is Louis de componist die het moet schrijven’.’

 

Verster had aanvankelijk zijn twijfels. Had Andriessen immers niet uit principe een halve eeuw geweigerd om voor orkest te componeren? Maar toen schreef hij Mysteriën voor het Koninklijk Concertgebouworkest, Agamemnon voor het New York Philharmonic, en The Only One voor het Los Angeles Philharmonic. Verster: ‘Blijkbaar had Louis de smaak te pakken, want hij zei meteen ja toen we onze plannen aan hem voorlegden.’

 

Met May, voor het Orkest van de Achttiende Eeuw en Cappella Amsterdam, voegt Andriessen een vierde titel toe aan een recente trits orkeststukken. Toch heeft het Holland Festival een primeur: nog niet eerder schreef Andriessen voor historisch instrumentarium, en ook de grote rol voor gemengd koor is zeldzaam in zijn oeuvre.

 

Voor de tekst van May dook Andriessen in de bibliotheek van zijn vader, waar hij op het gelijknamige gedicht van Herman Gorter stuitte. Met zijn gedurfde beeldspraken en hevige emoties is het werk exemplarisch voor de stijl van de Tachtigers, een groep schrijvers die in de late negentiende eeuw de Nederlandse letteren opschudden met een ‘nieuw geluid’.

 

Naast Andriessens May zijn er nog twee premières tijdens dit concert. De Poolse componist Paweł Szymański is al jaren een vaste bezoeker van het Chopin Festival waar het Orkest van de Achttiende Eeuw iedere zomer speelt. Zijn À la recherche de la symphonie perdue (2018) droeg hij aan Brüggen op.

 

Lucie Horsch speelt Louis Andriessens Sweet, een stuk voor blokfluit en tape dat hij in 1964 voor Brüggen schreef. Na intensief contact over de partituur maakte Andriessen speciaal voor Horsch een nieuwe versie.

Meer

biografieën

Het Orkest van de Achttiende Eeuw is een Nederlands orkest dat bestaat uit vijftig topmusici, allen gespecialiseerd in achttiende-eeuwse en vroeg-negentiende-eeuwse muziek. Het gezelschap werd

in 1981 opgericht door dirigent en blokfluitist Frans Brüggen en violiste Lucy van Dael. In zijn huidige vorm bestaat het Orkest van de Achttiende Eeuw uit een kleine zestig musici, afkomstig van over de hele wereld. Allen spelen op historische instrumenten of hedendaagse kopieën ervan. Qua opzet en grootte benadert het orkest de ruimer bezette orkesten, zoals die in de achttiende en negentiende eeuw bestonden in muziekcentra als Londen, Parijs en Wenen. Het orkest legt zich vooral toe op muziek van componisten als Bach, Rameau, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert en tijdgenoten.

 

Sinds 2011 realiseerde het Orkest van de Achttiende Eeuw diverse semi-scenische operaproducties. Zo bracht het onder meer Mozarts Don Giovanni, Le nozze di Figaro, Così fan tutte en La Clemenza di Tito op de planken, evenals Beethovens Fidelio. Het orkest is veelvuldig op tournee en maakte een groot aantal cd-opnamen bij zowel Philips Classics als Glossa. Voor verschillende opnamen ontving het orkest internationale prijzen. In 2010 kreeg het Orkest van de Achttiende Eeuw de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs uitgereikt. In 2018 ontving het gezelschap de Klassieke Muziekprijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties voor hun uitvoering van Brahms’ Ein deutsches Requiem met Cappella Amsterdam. Sinds het overlijden van Frans Brüggen in augustus 2014 blijft het Orkest van de Achttiende Eeuw de traditie trouw om vijf projecten per jaar te doen met diverse gastdirigenten, zoals Kenneth Montgomery, Ed Spanjaard en Jonathan Darlington.

 

Lucie Horsch (1999) groeide op in een muzikale familie en kreeg vanaf haar vijfde blokfluitles. In 2009 verwierf ze nationale bekendheid met een tv-optreden tijdens het AVRO Kinderprinsengrachtconcert. Twee jaar later begon ze haar studie aan het Conservatorium van Amsterdam bij Walter van Hauwe. Daarnaast studeerde zij piano bij Jan Wijn. In 2013 werd Horsch na een live tv-optreden bij De Avond van de Jonge Musicus verkozen om Nederland te vertegenwoordigen tijdens de finale van Eurovision Young Musician in Keulen. Ook soleerde zij met het Nederlands Blazersensemble tijdens het officiële afscheid van koningin Beatrix in Ahoy. In 2016 won Horsch de prestigieuze Concertgebouw Young Talent Award.

 

Horsch heeft een exclusief platencontract bij Decca Classics, waar in 2016 haar debuut-cd met werken van Vivaldi verscheen. Voor deze opname ontving Horsch de Edison Klassiek in de categorie Het debuut. In februari 2019 verscheen haar tweede album, Baroque Journey, opgenomen in samenwerking met de Franse luitist Thomas Dunford (tevens haar duopartner) en de Academy of Ancient Music. Dit album werd bekroond met een Opus Klassik Award.

 

Lucie Horsch heeft samengewerkt met onder meer het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Residentie Orkest en het Gelders Orkest. Ook heeft ze opgetreden met het Los Angeles Chamber Orchestra, het Staatsorchester Kassel en de Hongkong Philharmonic Orchestra. Horsch was te horen op het Festival Oude Muziek, het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht, het Grachtenfestival in Amsterdam, het Internationaal Kamermuziek Festival Schiermonnikoog en verder op het Budapest Spring Festival en de Festspiele MecklenburgVorpommern.

 

Horsch speelt op blokfluiten gebouwd door Seiji Hirao, Frederick Morgan, Stephan Blezinger en Jacqueline Sorel, mede dankzij de steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

 

Louis Andriessen (Utrecht, 1939) studeerde piano, muziektheorie en compositie bij onder anderen Kees van Baaren aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Vanaf 1975 was hij hier zelf werkzaam als docent compositie. Hij vervolgde zijn studie bij Luciano Berio, aanvankelijk in Milaan, later in Berlijn.

 

In de loop van de jaren zestig ontwikkelde Andriessen een persoonlijke geluid, waarin de muziek van Stravinsky, jazz en de Amerikaanse minimal music belangrijke invloeden waren. Met werken als De Staat (1976), Mausoleum (1979) en De Materie (1989) boekte hij internationale successen en maakte hij naam als grondlegger van de zogenaamde Haagse School.
In 1969 maakte Andriessen samen met Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Peter Schat, Jan van Vlijmen, Hugo Claus en Harry Mulisch de geruchtmakende opera Reconstructie, waarin felle kritiek op het kapitalisme en de oorlog in Vietnam werd geuit. Datzelfde jaar was hij tevens betrokken bij de Notenkrakersactie, een protest tegen het behoudende beleid van het Koninklijk Concertgebouworkest. Sindsdien bleef Andriessens houding ten opzichte van de gevestigde muziekpraktijk kritisch, en bleek de politiek nooit ver weg in zijn werk. Met ensembles als Hoketus en De Volharding stond Andriessen aan de wieg van de Nederlandse ensemblecultuur.

 

Een halve eeuw componeerde Andriessen hoofdzakelijk voor eigen ensembles en weigerde hij uit muzikale en politieke principes voor symfonieorkesten te schrijven. Hierin kwam in 2013 verandering, toen hij voor het Koninklijk Concertgebouworkest Mysteriën componeerde. In 2018 en 2019 brachten het New York Philharmonic en het Los Angeles Philharmonic Andriessens Agamemnon en The Only One in première. Met May voor het Orkest van de Achttiende Eeuw voltooide Andriessen in korte tijd zijn vierde orkestwerk.

 

Sinds 1969 is de muziek van Andriessen met regelmaat te horen geweest op het Holland Festival. Tijdens de editie van 2008 ging zijn filmopera La Commedia in première. In 2016 zijn opera Theatre of the World.

 

Kamerkoor Cappella Amsterdam werd in 1970 opgericht door Jan Boeke en staat sinds 1990 onder de artistieke leiding van chefdirigent Daniel Reuss. Het koor legt zich toe op zowel moderne als op oude muziek, en schenkt speciale aandacht aan werk van Nederlandse componisten, variërend van Jan Pieterszoon Sweelinck tot Louis Andriessen en Ton de Leeuw. Componisten als Robert Heppener en Jan van Vlijmen componeerden speciaal voor het koor. Cappella Amsterdam levert geregeld bijdragen aan operaproducties, zoals de Stockhausen-cyclus aus LICHT tijdens het Holland Festival 2019, Stockhausens SONNTAG aus LICHT bij de Opera van Keulen (2011) en Wolfgang Rihms Dionysos tijdens het Holland Festival 2010.

 

Ook vervulde Cappella Amsterdam een belangrijke rol in de Nono-trilogie tijdens het Holland Festival 2014. Naast hechte samenwerkingen met Nederlandse topensembles en -orkesten, zoals het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Koninklijk Concertgebouworkest en Asko|Schönberg, werkt Cappella Amsterdam met vooraanstaande internationale gezelschappen als de Akademie für Alte Musik Berlin, het RIAS Kammerchor, Ensemble Musikfabrik, Il Gardellino en het Ests Philharmonisch Kamerkoor. In 2010 werd het koor genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst en voor de Edison Klassiek Publieksprijs. Een opname (2010) van Frank Martins Golgotha werd genomineerd voor een Grammy. Een cd (2012) met koorwerken van Leoš Janáček en de opname (2016) van Arvo Pärts Kanon Pokajanen werden beide bekroond met een Edison Klassiek.

 

In 2018 ontving Cappella Amsterdam de Klassieke Muziekprijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties voor hun uitvoering van Brahms’ Ein deutsches Requiem met het Orkest van de Achttiende Eeuw.

Meer

CREDITS

muziek
Louis Andriessen
Johann Sebastian Bach
Josquin Desprez
Wolfgang Amadeus Mozart
Paweł Szymański
blokfluit
Lucie Horsch
uitvoering
Orkest van de Achttiende Eeuw, Cappella Amsterdam

DEZE VOORSTELLING IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR