Deze tentoonstelling belicht een aantal aspecten van de cultuur en de problematiek van de Innut. De Innut – niet te verwarren met de Inuit (Eskimo’s) – worden ook wel Montagnais of Naskapi genoemd. Als één van de eerste volken in Noord-Amerika, die in contact kwamen met Europeanen, hebben zij tot op de dag van vandaag hun nationale identiteit, land, cultuur en samenleving grotendeels weten te behouden. Zij vormen één van de laatste functionerende jagers-samenlevingen in Noord-Amerika. Hun territorium noemen zij Ntesinan, wat ‘ons land’ betekent. Dit land, gelegen op het Labrador-Ungava schiereiland in het uiterste noordoosten van Canada, is met een oppervlakte van ca. 500.000 km2 te vergelijken met Frankrijk. Naast de jacht zijn visvangst en de handel in pelzen de belangrijkste pijlers van de economie. De jacht op het Noordamerikaanse rendier, de kariboe, staat hierbij centraal. Zowel het verspreid voorkomende en schaarse wild in hun gebied, alsmede het trekkende karakter van de karieboe-kuddes, noodzaken de Innut tot een nomadisch bestaan. Gedurende de lange winters leeft het overgrote deel van de 9 à 10.000 Innut dan ook in mobiele tentenkampen, verspreid over heel Ntesinan.
dates
Sun June 2 1985
Mon June 3 1985
Tue June 4 1985
Wed June 5 1985
Thu June 6 1985
Fri June 7 1985
Sat June 8 1985
Sun June 9 1985
Mon June 10 1985
Tue June 11 1985
Wed June 12 1985
Thu June 13 1985
Fri June 14 1985
Sat June 15 1985
Sun June 16 1985
Mon June 17 1985
Tue June 18 1985
Wed June 19 1985
Thu June 20 1985
Fri June 21 1985
Sat June 22 1985
Sun June 23 1985
Mon June 24 1985
Tue June 25 1985
Wed June 26 1985
Thu June 27 1985
Fri June 28 1985
Sat June 29 1985
Sun June 30 1985
Pas in de laatste twintig à dertig jaar werd het betrekkelijk isolement van de Innut doorbroken. Hun gebied bleek bijzonder rijk aan grondstoffen en energiebronnen. Bovendien werd er door buitenlandse mogendheden een groot strategisch-militair belang aan toegekend, eerst tijdens de Tweede Wereldoorlog, later vanwege de Oost-West verhouding. Met de aanvang van de exploitatie van Ntesinan’s economisch potentieel door overwegend Amerikaanse multinationals werden de Innut voor het eerst in hun geschiedenis geconfronteerd met een buitenwereld die aanspraak meende te kunnen maken op hun land. Tegelijkertijd en in samenhang hiermee ontwikkelden de federale en provinciale overheden in Canada een beleid, gericht op het verwijderen van de Innut uit het binnenland, waardoor hun economie werd ondermijnd. Om dit doel te verwezenlijken werden een tiental permanente nederzettingen gebouwd aan de kust van Ntesinan, waar de Innut geacht worden het hele jaar te verblijven. In deze nederzettingen kregen de Innut te maken met tal van instituties en programma’s (waaronder het Euro-Canadese onderwijssysteem), die bedoeld waren om hen om te vormen tot ‘burgers van Canada’ en hen te vervreemden van de eigen cultuur en de nationale identiteit. De pogingen van de Canadese overheden om de Innut permanent te vestigen, hebben tot nu toe geen succes gehad. Tegen de verdrukking in verblijven veel Innut nog altijd het grootste deel van het jaar in het binnenland op de jachtgronden. De nederzettingen laten zij links liggen.
Een zeer recente aantasting van het recht van de Innut op zelfbeschikking, is de toenemende militarisering van het gebied door buitenlandse mogendheden. In 1980 gaf de Canadese overheid toestemming aan de Nato om grote stukken van Ntesinan als oefengebied te gebruiken voor het vliegen met supersonische straaljagers. De vluchten zijn aan vrijwel geen enkele beperking gebonden. Er wordt gevlogen met extreem hoge snelheden en op extreem lage hoogtes. Het voortbestaan van de Innut leefwijze, in harmonie met de natuurlijke omgeving van Ntesinan, zal hierdoor vrijwel onmogelijk worden.