Ga naar de hoofdcontent

Archief 1958

1958 was een jaar met spannende, experimentele voorstellingen en muziek, van Beckett tot Bartok. Het festival opende met de opera François Villon van de Nederlandse componist Sam Dresden, een opera in één bedrijf en drie taferelen. 


Het Ballet van het Nationale Theater van Belgrado bracht een programma met de geniale titels De wonderbaarlijke Mandarijn en Het hart van taai taai waarvan het eerste op muziek was van Bela Barók die daarmee een stevig schandaal veroorzaakte. Niet alleen door de ruimte hoeveelheid dissonanten, maar ook door de thematiek van sekswerk en geweld in de voor pantomime bedoelde compositie.  


Roger Blin was de man die de wereldpremières van Waiting For Godot, Happy Days en Endgame van Samuel Beckett op zijn naam heeft staan. Met zijn Le Théâtre d’Aujourd’hui voerde hij tijdens het festival dit laatste stuk op, samen met Actes sans Paroles. 


Nederlands toneel was er ook, in de vorm van Shakuntala of de Noodlottige ring door De Nederlandse Toneelmanifestatie. Het stuk was gebaseerd op Oud-Indisch hofdrama uit de 4e eeuw na Chr. door klassiek Sanskriet dichter en schrijver Kalidasa en is vertaald door Bert Voeten. Cees Laseur tekende voor de regie en Jurriaan Andriessen voor de muziek. 


De filmprogrammering bestond in 1958 maar uit één film, maar dan wel gelijk een hoogtepunt uit de Sovjetcinema, gemaakt in de korte perioden onder Chroesjtsjov dat er een beetje dooi inde lucht zat: Als de kraanvogels overvliegen van Michail Kalatozof. 

Muziek