Ga naar de hoofdcontent

Archief 1967

Met 5 opera's, 8 toneelwerken, 5 dansprogramma's, 8 concerten voor orkest, 14 voor kamermuziek en koor, cabaret en film beleefde het toen 20 jaar oude festival een rijke editie.  


Haizlip-Stoiber Company uit New York keerde terug naar het festival met The Emperor Jones van Eugene O’Neill, urgent en geëngageerd theater. The Bristol Old Vic speelde 2 stukken van Shakespeare, Erik Vos regisseerde Prometheus en Jerzy Grotowski, die merkbaar invloed had op het Nederlandse toneel met zijn Theaterlaboratorium, was ook weer van de partij.  


Het NDT met dansers als Han Ebbelaar, Alexandra Radius en Gerard Lemaitre beleefde de wereldpremière van werk van Hans van Manen. Rudi van Dantzig choreografeerde voor Het Nationale Ballet zijn versie van Romeo en Julia met decors van Toer van Schayk, en zo waren 'de drie vannen' compleet. Voor de internationale component zorgden het gezelschap van Maurice Béjart, dat van Alvin Ailey en het Indiase Kathakali Danstheater. 


Muzikale hoogtepunten waren onder meer Monteverdi's Orfeo door de Nederlandse Operastichting, een Liederenrecital van Renato Capecchi en de Elegie für junge Liebende van Hans Werner Henze door Deutsche Oper Berlin. Er waren jazzoncerten door Charles Lloyd Quartet, Misha Mengelberg Trio, Theo Loevendie Trio, en Boy Edgar’s Big Band.  

Muziek