Het is vrijdag 26 juni. Er is een hittegolf en ik heb heel de dag heerlijk rustig aan het water gelegen. Die avond ga ik naar Bilderschlachten in het Internationaal Theater Amsterdam. Een samenwerking tussen MOUVOIR/Stephanie Thiersch, Brigitta Muntendorf, Asasello Quartet en het Residentie Orkest. Het enige wat ik hierover weet is dat het allesbehalve heerlijk rustig zal zijn. Dit bleek zeker waar.
Eenmaal gezeten in de zaal dimmen de lichten. Langzaam en zachtjes zijn er om ons heen zuchtende en krakende geluiden hoorbaar. Niet van mensen, maar van instrumenten. Het orkest is stil en ongemerkt de zaal ingeslopen. Op verschillende plekken 360 graden om ons heen zijn de geluiden hoorbaar. Het lijkt net alsof de muziek door de zaal heen reist. Violisten bewegen zich al spelend langs onze voeten. Het geluid reist met de instrumenten mee en wordt dan iets verderop in de zaal weer opgepakt. Het prikkelt mijn zintuigen en wekt spanning en nieuwsgierigheid op. Ik wil mee kunnen reizen en ik merk dat ik de voorstelling ingezogen wordt. Zelden komt het zo dichtbij. De dansers bewegen zich tegelijkertijd in simpele zwarte outfits op het podium met een kleurrijke projectie op de achtergrond.
Na ongeveer een kwartier neemt het orkest weer dezelfde weg terug en verdwijnt, dit keer niet onopgemerkt. De muziek klinkt even later uit de orkestbak. De dansers die eerst een niet zo’n blijvende indruk op mij hadden achtergelaten, komen nu terug in absurdistische, maffe, gekleurde, opgeblazen kostuums. In het programmaboekje kan je lezen dat deze kostuums staan voor een "opgeblazen wereld vol ego’s die steeds verder wordt opgepompt”. Er vervolgd zich een chaotische, maar hypnotiserende danscompositie, die ondanks de vele verschillende vormen en maten toch strak in elkaar zit. De dansers bewegen zich in bizarre vormen en kleuren kriskras over het podium in georganiseerde beweging. Het vergt van mij uiterste concentratie en nog kan ik het niet bijhouden. Laagje voor laagje worden de kostuums weer uitgetrokken en weggehaald. Muzikanten zijn aan het dansen, dansers beginnen te zingen. Er klinkt nog steeds muziek uit de orkestbak, maar de vier muzikanten van het Asasello Quartet bewegen zich al spelend door de dansers heen. De tegenstrijdigheid van chaotisch en strak, die zichtbaar is in de dans, is ook hoorbaar in de muziek. Het is een spektakel dat de volle breedte beslaat van wat er mogelijk is in beeld, zang, muziek, beweging en kleur. Meerdere mensen nemen meerdere rollen op zich en doen dit zeer indrukwekkend.
Het eindigt weer in de simpele zwarte outfits die wij in het begin al zagen. In een kalme, circulaire compositie, komen langzaam ook alle muzikanten van het orkest naar boven, naar het podium, mee bewegend. Hoe meer muzikanten zichtbaar worden, hoe minder muziek er hoorbaar is. Zij leggen zichzelf op de grond, terwijl de laatste vier instrumenten van het kwartet nog hoorbaar zijn en dan is het voorbij.
Het enige wat ik kon denken: “Ik snap er niks, wat was dit maf, maar ik heb er enorm van genoten”.
Voor de Duitse choreograaf en regisseur Stephanie Thiersch gaat deze voorstelling over de kracht van beelden in het huidige tijdperk van ‘te veel’. Het speelt met thema’s als kunstmatig en overdaad. Hoe autoritaire systemen zichzelf presenteren en communiceren. Zij wil de beelden terugbrengen tot hun essentie om nieuwe verhalen te kunnen beginnen. Dit is helaas niet helemaal de boodschap die ik tijdens de voorstelling heb ontvangen. Hoewel deze tijd zeker wordt gekenmerkt door ‘te veel’ en overdaad, is er ook een tegenbeweging gaande. In een tijd van minimalisme, de kleur beige en instagrammable koffiezaakjes die lijken op je tandarts was deze voorstelling voor mij simpelweg heerlijk. Aparte vormen, kleuren en geluiden worden vaker dan niet gladgestreken en moeten aan een ‘esthetische’ standaard voldoen. Dat gebeurde hier niet. De echte boodschap is me misschien over het hoofd gegaan, maar in een wereld die letterlijk haar kleur aan het verliezen is, was deze maffe voorstelling erg verfrissend en daar ben ik zeer dankbaar voor.