Het is begin van de avond als ik bij Frascati aankom. In de rij voor zaal 1 hangt een opgewekte, verwachtingsvolle sfeer. Bij het scannen van mijn kaartje, ontvang ik een klein programmaboekje met achtergrondinformatie over de voorstelling, Atomic Joy, en over de maker Ana Pi (regie, concept, choreografie, dramaturgie, kostuums, objecten). En een platte ronde lolly met een rode swirl, die ik vroeger ook vaak at. Achteraf voelt dit als het begin van de zintuiglijke uitnodiging.
En dan kijk ik de zaal in. Links een oplopende tribune, al grotendeels gevuld met mensen van verschillende leeftijden en afkomsten. Doordat er geen gereserveerde zitplaatsen zijn, is er geen gatenkaas, maar zit iedereen zo ver mogelijk naar voren en schuift bij elkaar.
Rechts bij binnenkomst de theatervloer, zonder verhoogd podium, afgebakend door een rij lampen vooraan en de zwarte gordijndoeken aan de andere drie zijdes. Op de vloer liggen oranje balletjes, het lijken pingpongballetjes. Er staan ook ventilatoren, zouden die straks de balletjes laten bewegen? Voor de zwarte doeken aan de zijkanten staan rechtopstaande rechthoekige lampen, en daarboven hangen lampen die trapsgewijs omhoog/omlaag lopen. Hun oranje gloed over de vloer voelt warm aan, zoals een zonsondergang op een mooie zomeravond.
Ik loop de trap op, vind een plekje, lees een beetje in het boekje, en haal alvast de lolly uit het plastic. Dan klinkt een stem die het begin van de voorstelling aankondigt en nog eens checkt of je telefoon uit/in vliegtuigstand staat, een bekend riedeltje dat je voor veel voorstellingen hoort. Behalve die ene zin “Wij nodigen je uit volledig aanwezig te zijn, met al je zintuigen en volle aandacht over te geven aan deze performance”. En in mijn hoofd hoor ik:
Ruik Proef Hoor Zie Voel
Het licht dimt en de performers komen de vloer op, nu begint het echt.
Een voorstelling als Atomic Joy bestaat uit veel lagen, maar in deze tekst richt ik me vooral op de zintuiglijke ervaring: hoe licht, geluid, lichamen en ruimte samenwerken om me te raken.
De voorstelling bestaat uit 8 jonge dansers (Naïs Haidar, Anna Yvray, Manèkè Som, Hachim 'Biiskui' Mze, Ibrahima ′Ibrah′ Biteye, Celia ′Babyface′ Bonus, Amin Hasnaoui, en Kévin ′Kid Chroma′ Plesel) afkomstig uit de Parijse street-dance-scenes. De energie in dance battles die in zulke scenes vaak plaatsvinden was een belangrijke inspiratie voor de voorstelling, zo staat in het programmaboekje. Naast street-dance zijn er ook invloeden te zien van danspraktijken uit de Trans-Atlantische Afrikaanse diaspora. Daar worden bewegingen van generatie op generatie overgedragen. Niet alleen de fysieke beweging wordt overgedragen maar ook de lichamelijke herinnering en gevoel dat daarbij hoort. Dit komt duidelijk terug in Atomic Joy wanneer een danser begint met een beweging die later wordt overgenomen door (alle) andere dansers. Doordat de dansers elkaar voortdurend overnemen, uitbreiden en aanvullen, voelt de vreugde van bewegen als iets wat je met elkaar deelt, niet iets wat slechts één lichaam bezit. Ondanks enkele duetten en solo’s danst het gezelschap vooral gezamenlijk, waardoor het vaak onmogelijk is om alles tegelijk te zien.
Minstens zo bepalend als de dans is het geluid. De muziek is gecomponeerd door pianist en componist CHASSOL (Christophe Chassol). Het klinkt jazzy, meestal met een uptempo beat, en met enkele fragmenten van alledaagse geluiden van natuur en een drukke straat. Een groot deel van de voorstelling klinkt de muziek zo luid door de speakers dat ik die niet alleen hoor, maar ook voel in mijn borstkas. Als de bas doortrilt in de tribune, voel ik de muziek ook in mijn voeten. Dit hoge volume wordt gecontrasteerd met momenten waarin de muziek bijna uit is. Dan hoor ik alleen nog het knappen van de oranje balletjes die worden kapot getrapt of het piepen van de tape om de voeten van performers die bewegen over de theatervloer. In dat contrast merk ik dat ik anders ga luisteren: bij elk knappend balletje voel ik een korte schok door mijn lijf, en bij elke piepende voetstap lijkt het alsof ik de wrijving tussen de voeten van de performer en de theatervloer zelf kan voelen. Door dit spel tussen overweldigend volume en bijna-stilte wordt plezier niet alleen iets om naar te luisteren, maar iets dat zich in mijn lichaam opdringt.
De opvoering is te verdelen in drie grote gedeeltes. Eerst een gedeelte waarin de performers dansen met een grijs masker op, waardoor we hun ogen niet kunnen zien. Het creëert een extra barrière tussen hen en het publiek, en geeft een ongemakkelijk vervreemdend gevoel. Door de maskers krijgen ze iets weg van ridders in harnas: beschermd en klaar voor de strijd, maar ook een beetje onmenselijk. De bewegingen zijn vooral in strakke lijnen en hoeken. En toch voelt het niet agressief, maar eerder als een groep die samenkomt om serieus, maar optimistisch de strijd aan te gaan.
In het tweede gedeelte dansen de performers zonder masker. Ze hebben hun maskers weggelegd achter het toneel. We zien hun hele gezicht. De meeste hebben een grote glimlach en kijken met grote ogen om zich heen. In dit gedeelte zijn de grootste afwijkingen in het lichtontwerp van Bia Kaysel. Naast de warme gloed is er een black-out met alleen het oranje licht van de zaklampen waarmee een performer danst die strepen achterlaten zoals dat gebeurt als je met vuurwerksterretjes beweegt, en een moment dat door een grote mist alle kleur, zelfs het felle oranje in de kleding grauwgrijs lijkt.
In het derde gedeelte dansen de performers weer met masker. Nu bedekt het niet hun ogen maar het voorhoofd. Het ziet eruit alsof ze dansen met een open vizier. Ook hier zijn de strakke en meer vloeiende/vrije bewegingen meer in evenwicht met elkaar dan in het eerste.
In deze drieslag zien we een gesloten, afstandige groep veranderen in een groep die, zowel alleen als samen, zoekt naar een plezier in bewegen, ondanks de spanningen die er ook zijn; tot uiteindelijk een groep die met al hun hervonden plezier met open blik en blijde moed weer de strijd aangaat. Maar eigenlijk komt het mooiste deel daarna nog, alsof die drieslag nog een staart krijgt. Na het applaus keren de performers nog tweemaal terug en dansen nog enkele moves op de muziek uit de voorstelling. Tijdens dit deel wordt het publiek aangespoord mee te klappen en te bewegen. In die laatste momenten lijkt de drieslag te kantelen: het hervonden plezier wordt letterlijk met ons gedeeld en even zijn wij onderdeel van die open, strijdlustige groep. Hier voel ik als toeschouwer het plezier en de samenkomst in bewegen misschien wel het sterkst.
Gedurende de hele voorstelling is in licht, kleding, muziek, en dans een spanning tussen het strakke en het vrije, het kleurrijke en het grauwe, de strijd en het plezier te ruiken, te proeven, te horen, te zien en te voelen. Ana Pi nodigt met Atomic Joy het publiek uit om te ontdekken welke grote en vooral ook kleine bewegingen hen plezier brengen, en spoort ze aan om deze vreugde in te zetten als verzet tegen het donkere en nare.
Meer weten, zien, horen, of zelf gaan kijken? Bekijk het interview met Ana Pi over Atomic Joy uit 2025, luister naar de podcastaflevering HF YOUNG Audiotour Joy over Atomic Joy, of bezoek de voorstelling op 29 of 30 januari 2027 bij onze zuiderburen in Antwerpen in DeSingel.