A Possibility, Een Mogelijkheid. Iets dat mogelijk is en misschien wel of niet gebeurt of gebeurd is.
Ik ontmoet een medestudent in de foyer en samen verplaatsen we ons naar de juiste foyer waar een inleiding gegeven wordt door Bart van den Eynde, dramaturg van de voorstelling A Possibility van Germaine Kruip. Hij vertelt dat Kruip scenograaf is, maar na haar stage het theater heeft verlaten omdat het een te vaste vorm voor haar zou zijn. Ze vond wel vrijheid in de beeldende kunst. Toch heeft ze haar weg terug naar het theater weer weten te vinden, maar op een andere, nieuwe wijze dan het traditionele toneel. Wat haar prikkelt is de gedeelde ervaring die ontstaat in het theater, de tijdelijke gemeenschap die gevormd wordt en het bewustzijn van die ervaring die je als publiek op dat moment met elkaar deelt.
Ik herinner me dat ik een tijd geleden een opdracht maakte over performance art en me afvroeg waarom we theater wel naar het museum brengen, maar de beeldende kunst niet naar het theater. Ik kan me goed voorstellen dat Kruip die gedachte wellicht ook heeft gehad. Het is interessant om de beelden kunst context te verplaatsen of misschien wel te vertalen naar een theater context. Wat gebeurt er met de ervaring, wat gebeurt er met het kunstobject, hoe levend kan een kunstobject daadwerkelijk zijn?
Wat eruit springt in het verhaal van Van den Eynde zijn de termen 'zintuiglijke ervaring’, ‘tijdsbeleving’, ‘geluid’, ‘architectuur’ en ‘versnelling vs. vertraging’. Termen die ik meeneem als toeschouwer in mijn beleving van wat ik zometeen te zien en, misschien wel nog meer, te ervaren krijg.
Wanneer we ons richting de zaal begeven krijgen we een zwart fluwelen zakje voor al onze oplichtende apparaten, zodat ze dat dus niet kunnen doen. Ik stop mijn telefoon en smartwatch in het zakje en doe dat laatste in mijn tas. Ik kijk aandachtig naar het publiek om mij heen, vraag me stilletjes af wie al deze individuen zijn en wacht op het begin. Dat begin wordt aangekondigd met een stem die in het Engels uitlegt dat het echt de bedoeling is om alle oplichtende apparaten weg te bergen. Dan vallen de deuren dicht en is het stil. Daarna gebeurt er niets. Mensen blijven een beetje door roezemoezen omdat het zaallicht nog aan blijft. Achter me hoor ik iemand zeggen ‘Is het al begonnen?’. Ik wist al dat het begonnen was en dat dit onderdeel van de performance is.
Na afloop van de voorstelling ben ik overspoeld met heel veel gevoelens, voornamelijk dat ik het waanzinnig, inspirerend, bijzonder, onwijs vet en vernieuwend vond. Het is lastig om elk moment te beschrijven en dat doe ik ook liever niet, want het is een voorstelling die je echt moet ervaren. Het komt niet over als iemand vertelt wat er net gebeurd is en wat er ervaren is. Je had erbij moeten zijn, je had onderdeel van die tijdelijke gemeenschap moeten zijn om te begrijpen wat ik nu toch ga proberen in woorden te vatten. Of in ieder geval, mijn ervaring dan.
Het eerste beeld was een iris, een pupil, een oog, dat is mijn interpretatie. Maar wat zo bijzonder daaraan was, was dat het beeld veranderde doordat het zaallicht uit en aan ging, feller en minder fel werd. Dat deed onwijs veel voor je zintuiglijke waarneming en daar werd ik me bewust van. Die bewustwording kwam op verschillende momenten ook terug. Zo was het op momenten ook volledig donker, zelfs de nooduitgang bordjes mochten even op zwart. Mijn ogen waren daardoor constant op zoek naar licht en soms leek ik dat zelf te zien, of was dat toch mijn verbeelding die met mijn zicht speelde. Is wat ik zag, ook daadwerkelijk daar?
Ik werd steeds meer op mijn zintuigen aangewezen. De prikkeling van het zicht en het gehoor maakte ook dat mijn reuk onwijs erg aan ging staan. Het leek alsof er tijdens verschillende momenten ook verschillende geuren werden toegevoegd, maar ik denk eerder dat ik opeens bewust werd van verschillende parfums die om mij heen gedragen werden. Zo specifiek heb ik dat nog nooit ervaren.
Er wordt ook gespeeld met je dieptewaarneming. Soms leek een licht zo dichtbij, terwijl op andere momenten de lichtbron moeilijk te plaatsen was. Het vinden van de lichtbron was überhaupt moeilijk, terwijl Van den Eynde had verteld in de inleiding dat al het licht live gemaakt werd. Het moest dus ergens vandaan komen, licht komt altijd ergens vandaan.
Maar licht was niet het enige in deze voorstelling, ook geluid speelde een grote rol. De compositie, gemaakt door Hahn Rowe, die onder de scènes met het licht gemaakt werd, waren frequenties die soms konden krassen, breken, schuren of soms klonk het als een soort oerwoud. In deze frequenties hoorde ik verschillende harmonieën en soms ook melodieën. Daarnaast bestond het tweede gedeelte uit een muzikale compositie met instrumenten gemaakt van gouden, glinsterende buizen. Deze werden bespeeld door Youjin Lee, Gil Hyoungkwon, Akane Tominaga en Victor Lodeon. Waar eerst het licht de beweging van de voorstelling voortbracht, had dat nu plaatsgemaakt voor de beweging van geluid. Op verschillende manieren speelden de vier percussionisten met ritmes, frequenties, hoeveelheden en de ruimtelijkheid van het geluid.
Het laatste gedeelte van de voorstelling, de achtergrond gestript van doek waardoor de achterwand van het toneel zichtbaar werd, licht dat een ondersteunende rol heeft en geen leidende, brengt het geluid naar een hoogtepunt. De muziek die gemaakt wordt met ritme, samenspel en klanken blijft nog even nadreunen in je hoofd, terwijl het applaus dan opeens oorverdovend lijkt te zijn. Een staande ovatie voor de makers van dit bijzondere schouw- en hoorspel.
In de podcast aflevering ‘A Possibility | met Germaine Kruip’ van De Holland Festival Podcast, die ik onderweg naar huis op de fiets opzet, hoor ik Kruip vertellen dat zowel het licht als ook de compositie volledig live gemixt en ge-edit worden. Want hoewel het had gekund dat het een opname was waarbij alleen iemand alleen op play had moeten drukken, had kunnen zijn, was het nog altijd het levende theater waarin A nog altijd B speelt terwijl C toekijkt