Ga naar de hoofdcontent
Holland Festival afgesloten met wereldklasse én de nieuwe generatie

Marina Chef

Holland Festival afgesloten met wereldklasse én de nieuwe generatie

Persbericht 

 

Amsterdam, 28 juni 2026 

 

Holland Festival afgesloten met wereldklasse én de nieuwe generati

 

Met een slotweekend vol theater, muziek, opera, dans én een rave, is de 79e editie van het Holland Festival afgesloten. Het weekend begon in Amsterdam met LACRIMA van Caroline Guiela Nguyen, een voorstelling over de keiharde wereld achter de haute couture, en het uitbundige Bilderschlachten en in Heerlen met A Possibility van Germaine Kruip. Zaterdag konden de bezoekers van RAVE-L, de radicale bewerking van Ravels Boléro, zelf dansen op de beats van dj Parrish Smith. En op zondag eindigde het festival met tegelijkertijd de laatste uitvoeringen van Simon Boccanegra, het jongerenproject JÖRĐ en A Trial – after An Enemy of the People. Het weekend was daarmee een mooie afspiegeling van het festival als geheel, dat dit jaar in het teken stond van écht luisteren en échte aandacht: van de overweldigende soundscape van Chernobyl in Gashouder tot intieme bespiegelingen over verlies in Sada (Echo)

 

Emily Ansenk, directeur Holland Festival: 

'De associate artist van deze editie van het Holland Festival, Hildur Guðnadóttir, nodigde het publiek uit om te luisteren: empathisch, aandachtig, nieuwsgierig en met ruimte voor nuance en voor de ander. Vanaf de opening met City of Floating Sounds van Huang Ruo en het passende intermezzo van Laurie Anderson tot aan het laatste concert RAVE-L was dit het terugkerende thema. Het festival kende een grote verscheidenheid, van grootschalig tot intiem, in discipline, vorm en stijl, en steeds werd het publiek gevraagd en uitgedaagd om met aandacht te luisteren en te kijken. Blijkbaar raakten we hiermee de juiste snaar, in deze tijd van grote onrust, lawaai en kwetsbaarheid. Stilte, aandacht, focus. Het festival kende tal van bijzondere ontmoetingen, inspirerende programma’s en, bovenal, blije makers.'

 

Hildur Guðnadóttir 

Hildur Guðnadóttir bracht maar liefst vier nieuwe composities die zij (mede) in opdracht van het Holland Festival componeerde. Eén daarvan, Passing Remark, werd door ruim 40 koperblazers van verschillende conservatoria gespeeld in een zonovergoten Westerpark. Daarnaast selecteerde ze voor Nærmynd naast eigen werk ook een van de meest gedurfde werken uit de hedendaagse muziekgeschiedenis: Silver Streetcar for the Orchestra van Alvin Lucier. Deze solo voor triangel, uitgevoerd door Sam Slater, leverde een rijke schakering van klankbeelden op.  

 

Aandachtig luisteren werd rijkelijk beloond in Where To From, haar concert voor een zevenkoppig ensemble van strijkers en sopranen, met muziek van haar nieuwe album én met, volgens haar, het mooiste IJslandse lied als afsluiter, Heyr Himnasmiður. Een van Guðnadóttirs grootste wensen was om componist, kunstenaar en zangeres Meredith Monk te ontmoeten. Dat gebeurde tijdens het nagesprek na de vertoning van de documentaire Monk in Pieces in Eye Filmmuseum. Hoewel de twee elkaar nooit eerder hadden ontmoet, klonk het alsof ze al jaren bevriend waren. Ze vulden elkaars zinnen aan en deelden hun artistieke visies in een warm en inspirerend gesprek. Datzelfde weekend gaf Monk samen met John Hollenbeck een concert in het BIMHUIS. 

 

Veertig zangers en honderden speelgoedjes: aandachtig luisteren en kijken 

Onder de hoogtepunten bevond zich Spem in Alium van componist Thomas Tallis. Dit renaissancewerk voor veertig afzonderlijke stemmen werd uitgevoerd door een voor de gelegenheid uitgebreid koor Vox Luminis en met een choreografie van Saburo Teshigawara. Daarnaast werd een selectie van vier eeuwen koormuziek door Teshigawara en zijn Karas-ensemble prachtig vertaald naar butoh-geïnspireerde dans. Luisteren werd hiermee zowel voor de dansers als voor de toeschouwers een intense ervaring. 

 

Ook Bilderschlachten van choreograaf Stephanie Thiersch en componist Brigitta Muntendorf maakte indruk met de buitenissige kostuums, de choreografie en de compositie met verwijzingen naar de hele muziekgeschiedenis. Mirage van Damien Jalet en Kohei Nawa was een adembenemende voorstelling waarin het publiek werd meegevoerd in de voortdurend transformerende, golvende en sensuele wereld van de dansers van Ballet du Grand Théâtre de Genève. 

 

Naast deze grootschalige producties bood het festival ook ruimte aan intieme voorstellingen die je mee laten leven met de ander en andere culturen. In Sada (Echo) van Oz Oz vormden toevallig teruggevonden bandopnames van de brieven die een man aan zijn overleden vrouw richtte een ontroerende meditatie over herinnering, verlies en empathie. Juggle & Hide van Wichaya Artamat vertelde de recente politieke geschiedenis van Thailand met honderden alledaagse voorwerpen – van speelgoedsoldaatjes tot een wekker – en wist op speelse wijze het persoonlijke en het politieke met elkaar te verbinden. Ook in Qaqnas, de opera van Huba de Graaff en Naaz gebaseerd op een Koerdisch gedicht over sterke vrouwen, kreeg die verwevenheid van het persoonlijke en het politieke een krachtige, muzikale vorm. 

 

Op weg naar het 80-jarig jubileum 

In aanloop naar het 80-jarig jubileum in 2027 hebben het Holland Festival, Festival d'Avignon en Edinburgh International Festival voor het eerst gezamenlijk een voorstelling gecoproduceerd. Daarmee geven de drie festivals het startsein voor een meerjarige samenwerking. 

 

Dit jaar resulteerde dat in A Trial – after An Enemy of the People van Christiane Jatahy en Wagner Moura. In ITA  werd het lot van Moura's personage bepaald door een jury van elf bezoekers uit het publiek. Jatahy en Moura verplaatsten Ibsens klassieker Vijand van het volk naar het hedendaagse Brazilië en onderzochten hoe media, macht en desinformatie de samenleving beïnvloeden. 

 

Investeren in de toekomst van de podiumkunsten 

Het Holland Festival wil een actieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de podiumkunsten. Daarom organiseerde het festival opnieuw een uitgebreid internationaal professionalsprogramma, met onder meer een programmers weekend en een festival exchange. Daarin konden kunstenaars en programmeurs uit binnen- en buitenland kennis delen en netwerken, voorstellingen bezoeken en Nederlandse makers ontmoeten.

 

Ook was er weer een uitgebreid educatieprogramma voor scholieren en studenten van uiteenlopende opleidingen. Zij bezochten voorstellingen, maakten kennis met verschillende disciplines en leerden onder begeleiding van ervaren recensenten kritisch schrijven over podiumkunsten. Dit jaar was er opnieuw een samenwerking met DEGASTEN. Jonge makers tussen de 13 en 31 jaar ontwikkelden, geïnspireerd door het werk van associate artist Hildur Guðnadóttir, de voorstelling JÖRĐ. In de Kleine Zaal van het Muziekgebouw onderzochten zij het thema grond; is het aarde, afkomst, lichaam of herinnering?

 

Met de blik op 2027 kijkt het Holland Festival uit naar een bijzondere jubileumeditie: de 80e verjaardag van het oudste internationale podiumkunstenfestival van Nederland. 

 

Feiten en cijfers 

Met een gemiddelde zaalbezetting van ruim 80% en veel uitverkochte voorstellingen, kijken we terug op een succesvolle editie. Het 79e Holland Festival liep dit jaar van 3-28 juni in Amsterdam en Heerlen. Op 23 locaties waren 104 voorstellingen te zien, waarvan 14 coproducties, 2 eigen producties en 4 wereldpremières. Dit jaar maakten maar liefst 27 makers hun Holland Festivaldebuut. 

 

De grilligheid van het Nederlandse weer speelde ons parten. Waar de wandeling tijdens de openingsvoorstelling City of Floating Sounds nog grotendeels aan de buien ontsnapte, moest de traditionele Opera in het Park na een uur worden afgebroken wegens naderend onweer. Aan het eind van het festival kon het publiek koelte vinden in verschillende theaters tijdens een recordbrekende hittegolf. 

 

Het 80e Holland Festival vindt plaats van 3-27 juni 2027.  

 

 

Foto credit: Mirage © Marina Chef