amateurmanifestatie
data
za 17 juni 1972
Toen het Holland Festival mij verzocht om een amateur-manifestatie te organiseren, heb ik in eerste instantie een zo breed mogelijke greep gedaan uit de ontstellende hoeveelheid en verscheidenheid die muzikaal Nederland bevolkt. Aangezien een dergelijke manifestatie in ieder geval qua tijd zijn grenzen heeft, heb ik mij moeten beperken tot een vrij gerichte keuze. Twee koren (een oratorium- en een operette-koor), een harmonie-orkest, een drumband, een mandoline-orkest, een amateur-popgroep en een assisterend mobiel ensemble zullen de representanten zijn van Neerlands immer bloeiend muziek-amateurisme. Het is geenszins de bedoeling om vanavond een optreden te organiseren dat, zij het op amateuristische wijze, een kopie is van grote broer ‘beroeps’. Geen avond waar we alleen maar een aantal zaken mooi of lelijk vinden, en het muziekbeleven beperkt blijft tot het traditionele muziek-genieten.
Alle ensembles zullen maximaal een kwartier optreden. Tijdens dit optreden zullen zij een werk uitvoeren uit het eigen repertoire en een compositie uit deze tijd. In de hedendaagse composities vindt men niet alleen klankmateriaal van nu, maar ook verschillende uitvoeringspraktijken .Bijvoorbeeld het werk ‘Daaglijks’, in dit geval voor harmonie-orkest, is een ontwerp van ondergetekende, maar is door de orkestleden zelf verder uitgewerkt en wordt uitgevoerd zowel in de zaal als op het podium in samenwerking met het publiek.
‘Muziek voor 3000 kippen en popgroep’ is geïnspireerd op een kippenfarm waar drieduizend kippen opgesloten in kooitjes uitsluitend eieren leggen. Symptomatisch voor een echte consumptie-maatschappij zullen zij hier, verpakt in band en electrische gitaren, protesteren tegen U en mij.
Een ander belangrijk aspect van deze manifestatie is, dat twee dirigenten speciaal voor deze avond voor hun ensembles eigen stukken hebben geschreven en juist voor ensembles waar nauwelijks enige hedendaagse literatuur voor bestaat, nl. het mandoline-orkest en de drumband.
In ‘The magic of music’ van Ton de Leeuw, uitgevoerd door het oratoriumkoor en het operettekoor zullen twee dirigenten het werk dirigeren.
En als klap op de vuurpijl zullen al deze ensembles na de pauze een uitvoering geven van ‘Leçon macabre’(tekst: Mies Bouhuys, muziek: Bernard van Beurden). De ‘solist’ in dit werk is een zeer ouderwetse onderwijzer, die op de bekende manier de grote meesters aan de man brengt, zoals dat ook nog vaak gebeurt op jeugdconcerten tijdens de muzieklessen in de klas.
De opzet van deze manifestatie is duidelijk aan te tonen dat amateurs wel degelijk over de middelen beschikken op een wezenlijke en vernieuwende bijdrage te leveren aan het muziekleven, dat zoiets kan gebeuren door muziek op zeer verschillende manieren te laten functioneren, en dat deze avond niet allen in het teken staat van ‘wat hebben wij toch weer genoten’, maar ook van ‘wat hebben wij vanavond ontdekt en wat gaan we daarmee doen’.
Het antwoord kan alleen maar een voortdurend zoeken zijn. De manifestatie ‘Van alle markten thuis’ is een periodieke inventarisatie van dit zoeken.
Bernard van Beurden